Inspiratie voor de zware feestdagen
De feestdagen staan voor de deur. In een aflevering van de tragikomische stripheld Heinz de kat staat een blijmoedige Sinterklaas letterlijk voor zijn deur. De chagrijnige kater schrikt zich een ongeluk en gooit geërgerd de deur in het gezicht van de goed heilig man. Hoe vrolijk het ook klinkt, feestdagen, voor velen is deze periode de zwaarste van het jaar en zij zouden dan ook het liefst de deur dichtgooien totdat half januari eindelijk alle feestelijkheden weer achter de rug zijn. Toch dient het aanbeveling de moed erin te houden. Geef me een paar minuten, om u te overtuigen.
Feest hoort leuk te zijn, hoe kan het dan toch dat het veel vaker als een vermoeiende verplichting voelt? Dat gevoel van verplichting heeft alles te maken met de lichtzinnigheid waarmee we denken over het ritueel ‘feest’. Wij hebben het gevoel – en dat is zeker inherent aan onze tijd – dat wij het vieren van feesten ook kunnen nalaten. Als wij denken dat het feest enkel een middel is tot het verkrijgen van plezier en het tot stand brengen van genot op de door ons gezette tijden, dan gaan wij het feest als verplichting ervaren. Van de Duitse filosoof Hans-Georg Gadamer hebben we kunnen leren dat de kalender tot stand is gekomen door de terugkeer – op gezette tijden – van vieringen en rituelen. Daarin schuilt een zekere dwang: het feest is alleen dán, op dat moment. Daarom kunnen wij niet over het feest beschikken alsof het een ding is. Het feest behoort ons niet toe, het is eerder zo dat wij het feest toebehoren.
Mensen die geen zin hebben om hun verjaardag te vieren of met kerst bij hun (schoon)ouders te zitten stellen de vraag naar het ‘waarom’ van het feest vaak retorisch: waarom doen we dat eigenlijk? Dat je die vraag nooit geheel naar tevredenheid kunt beantwoorden betekent niet dat je daarom het feest niet moet vieren. De kracht van het feest zit er juist in dat het er is voordat jij er bent: het staat aan de ene kant voor de natuur waaraan je bent overgeleverd, tegelijkertijd kun je – juist door het feest te vieren – je plek opeisen in het bestaan.
Tips: Het is belangrijk de houding van een acteur aan te nemen. Je moet goed kijken wat de mores zijn van het kerstfeest. In de geborgenheid van de familiekring is het belangrijk je als zoon of dochter te gedragen bij je vader en moeder, of vice versa. In het dagelijks leven lijken deze familieverhoudingen nauwelijks een rol te spelen, maar via het kerstritueel benadruk je welke verhoudingen wel degelijk aanwezig zijn. Het is als het spelen van een rol, maar niet onoprecht. Als je een goed toneelstuk ziet denk je ook niet de hele tijd: ‘Dat is een acteur!’ Zó goed moet je spelen.
Het is ook belangrijk om je goed te kleden. Bij kerst wordt netheid vaak verward met het feest: goed kleden is wel degelijk feestelijk gekleed gaan. Het mag best uitbundiger zijn dan je dagelijkse kloffie. Je zet eigenlijk een soort schijnwerper op je bestaan door goed gekleed aan de feestdis te verschijnen.
Bij een ritueel als het kerstfeest moet je je zowel passief als actief opstellen. Je moet je laten sturen door het ritueel, tegelijkertijd moet je ervoor zorgen dat het ritueel gaande blijft. Het moet lijken alsof kerst opkomt en ondergaat als de zon. Als je onder ogen durft te zien dat je niet precies weet hoe het moet, ben je al op de helft van een goede kerstviering. Ongemak moet je niet proberen uit te bannen. Dat is wat de gebruikelijke etiquette tekent: je moet alle regels zo goed leren dat zich er geen ongemakkelijke situaties meer kunnen voordoen. Dat is een utopie, en bovendien niet gewenst. In het ongemak zit een deel van die passiviteit, van de ontvankelijkheid voor het ritueel.
Prettige feestdagen!